|
|
Gevelreiniging en voegherstel: een gevaar voor uw gevelGeplaatst door: Daniel Winters in klustips op 19 sept 2011 |
Op veel plekken in Nederland wordt hard gewerkt wordt aan het opknappen van allerhande gevels. Hierbij worden regelmatig ook de gevels gereinigd, omdat men de aanwezige door luchtvervuiling ontstane patinalaag als negatief ervaart. Vaak ook gaat men over tot een volledige vervanging van het voegwerk, dat meestal nog in goede conditie is. De gevels tonen weer fris en kunnen, althans, zo denkt men, er weer lange tijd tegen aan.
Helaas heeft deze onnodige poetswoede, een vieze gevel is geen ongezonde gevel, een duidelijke keerzijde. Het is namelijk een feit dat bij vrijwel alle gekozen reinigingsmethoden (ernstige) schade aan de gevel kan ontstaan. Reiniging kan een gevel mechanisch of chemisch beschadigen waardoor afzanding, verpoedering, schilfering en afbrokkeling van stenen kan optreden. Deze problemen ontstaan voornamelijk doordat de bakhuid van de bakstenen kapot gaat, wat betekent dat weer en wind sneller invloed krijgen op de stenen. Dit kan op termijn ook voor vochtproblemen in de woning zorgen. De stenen worden door de reiniging ook ruwer, het komt zelfs voor dat glazuurlagen volledig van stenen worden weggestraald.
Belangrijk om te constateren is dat wat voor de ene gevel en/of materiaal een geschikte reinigingsmethode is, een andere gevel of materiaal ernstig kan beschadigen. Het is dus onmogelijk om een uniforme methode aan te geven. Niet zozeer de reinigingsmethode, als wel degene die reinigt bepaalt het uiteindelijke effect. De hoeveelheid druk waarmee wordt gespoten en het straalmiddel zeggen weinig over het resultaat. De intensiteit hangt sterk af van de spuitmond. Daarnaast is de afstand van de spuitmond tot de gevel van zeer grote invloed. Naarmate er dichter op de gevel wordt gespoten is de kracht en dus de kans op schade groter. Straalmiddelen zijn een mechanische vorm van reinigen, m.a.w: door licht de oppervlakte weg te ‘schuren’ word de gevel schoongemaakt. Of dat nu nat of droog gedaan wordt de kans op schade is zeer groot. Ook bij stoomreiniging bestaat de kans op beschadiging. Naast de kracht waarmee dit gebeurt kan de hete stoom zouten oplossen die in de gevel zitten. Hierdoor kan zoutuitbloei op de gevel ontstaan en is het mogelijk dat de zoutkristallen het voegwerk kapot drukken. Bij chemische reiniging wordt een mengsel van stoffen aangebracht die het vuil van de gevel oplossen of losweken. Sommige middelen, zoals bijvoorbeeld zuren, kunnen natuursteen of voegen aantasten. De mogelijkheden zijn afhankelijk van het type ondergrond en de materialen waaruit de gevel is opgebouwd. Vaak moet een gevel na behandeling ook gespoeld worden met stoom of warm water onder hoge druk, waardoor weer schade kan ontstaan.
Gelijktijdig met het reinigen vervangt men steeds vaker het complete voegwerk, zelfs als dit nog (grotendeels) in goede conditie is. Dit resulteert vaak in onnodige schade aan gevels. Zo gebruiken veel gevelbedrijven te grove middelen om de voegen uit te slijpen, hierdoor lopen de stenen schade op. De moderne voeg is veelal ook niet goed verenigbaar met de samenstelling van het oudere metselwerk. Veel kalkmortelvoegen worden bijvoorbeeld vervangen door cementvoegen. Deze cementvoegen zijn veelal te star waardoor de voeg niet goed aan het oude metselwerk hecht en de voeg onder andere zijn waterkerende functie niet goed kan vervullen en makkelijker uit de gevel valt. Daarnaast kunnen er, met name bij toepassing van portlandcement, chemische reacties optreden die ernstige schade aan het metselwerk veroorzaken. Voor deugdelijk werk moeten de samenstelling en hardheid van de voeg zijn aangepast aan het bestaande metselwerk.
Om de ontstane schade op te vangen wordt na het reinigen en voegen vaak een waterwerende laag, een zogenaamde hydrofobeerlaag, op de gevel aangebracht. Deze doet meestal ook meer kwaad dan goed. Veel hydrofobeermiddelen zijn weliswaar ademend, maar belemmeren toch het vochttransport door een gevel van binnenuit. Water dat vanuit een pand in de winter in de gevel komt kan er moeilijker uit, waardoor de kans op vorstschade groter wordt. Daarnaast kan zoutophoping ontstaan achter de hydorfobeerlaag, door zouten die uit het metselwerk zijn opgelost en bij verdamping achterblijven. Veelvuldig komt het voor dat de stenen achter een hydrofobeerlaag kapot worden gedrukt. Een probleem is ook dat een hydrofobeerlaag om ‘effectief’ te zijn eens in de circa tien jaar opnieuw aangebracht moet worden.
Voor een duurzaam beheer van uw woning is een terughoudende omgang met de genoemde werkzaamheden noodzakelijk. Herstel van het voegwerk kan, wanneer dit nodig is, het beste alleen plaatselijk en zoveel als mogelijk met dezelfde materialen als het bestaande werk gebeuren. Mocht gevelreiniging echt gewenst zijn, beperk het dan tot een zeer zachte reiniging en schakel altijd een deskundig bedrijf in. Ook als dit duurder is. Ga in ieder geval niet in zee met de vele beunhazen die in deze branche actief zijn. Een goed bedrijf zal eerst een proefvlak voorleggen, dat een onafhankelijke deskundige op resultaat en eventuele schade kan beoordelen. Ook is onze ervaring dat de beste reinigers er niet op uit zijn de gevels ‘als nieuw’ te maken, maar juist de ouderdom van een gevel na behandeling zichtbaar laten. Op die manier wordt een aantasting van de baklaag voorkomen en blijft een deel van de vuillaag, die een beschermende functie heeft, behouden. Zie bij twijfel over de gevolgen voor de gevel altijd af van reiniging, schade die door reiniging ontstaat is nooit meer volledig te herstellen!
Auteur: Norman Vervat van Erfgoedvereniging Heemschut, Commissie Amsterdam. Voor vragen kunt u Norman Vervat mailen: Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.








